Download onderzoek ‘Non-standard employment around the world’

rapport2De International Labour Organization (ILO) onderzocht de trends van niet-standaard werkgelegenheidsvormen wereldwijd. Daarbij analyseerde de organisatie de redenen die schuilgaan achter het fenomeen waaronder verhoogde concurrentie, veranderende organisatorische praktijken van bedrijven en lacunes in de regulering.

Je kan het rapport gratis downloaden op de website van ILO.

De Bermudadriehoek van de ZP’er – verslag Powerevent

De ambitie van het event was om vanuit 3 invalshoeken te kijken naar de driehoeksverhouding tussen zelfstandige professionals, intermediaire agentschappen en opdrachtgevers. Bij wijze van teaser aangekondigd als de Bermudadriehoek van de Zelfstandige Professional.

foto1Katrien Penne, onderzoekster bij de SERV (Sociaal-economische Raad Vlaanderen), en belast met een uitgebreid onderzoek naar freelancing in Vlaanderen bracht exclusief voor FEDIPRO enkele cijfers en inzichten die het belang van de zelfstandige professional binnen de Vlaamse economie bevestigen. Zo zijn er 140.000 freelancers, waarvan 40% tot de categorie business consulting horen. Het onderzoek gaat ook verder in op wat werkbaar werk is voor de freelancer en de verdere professionalisering, niet in het minst bij de intermediairen (cf. Managed Service Providers).

Frederik Berckmoes-Joos, binnen Moore Stephens belast met het uitrollen van een duurzaam businessmodel op langere termijn, bracht een inspirerende visie op hoe Moore Stephens omgaat met ZP’ers. Sleutelconcept hierbij is ‘interdependentie’ – beide partijen (ZP’ers en de overkoepelende organisatie) hebben mekaar nodig om flexibel en wendbaar te zijn, maar ook om innovatief te blijven. ZP’ers vertonen qua attitude (autonomie, professionalisme, ondernemende ingestelfoto2dheid) veel gelijkenissen met de consultants van Moore Stephens. Maar het blijft belangrijk dat er geïnvesteerd kan worden in innovatie. Dit is niet altijd zo makkelijk voor de individuele ZP’er. Die blijft soms liever bij zijn leest en probeert wat hij doet vooral beter te doen. Door ‘collectief’ te investeren, zoals Moore Stephens deed in een vooruitstrevend accountancyplatform (OKTAV), is het ook mogelijk om ‘andere’ dingen te doen. Iets voor de ZP’er om bij stil te staan – vooral als die kiest om geïsoleerd door het (professionele) leven te gaan.

Tot slot bracht Hugo-Jan Ruts, de drijvende kracht achter ZiPconomy.nl, een Nederlands platform dat de drie partijen van de Bermudadriehoek probeert te verbinden, een boeiende inkijk op hoe het freelancerslandschap in Nederland evolueert. Hoewel er op zich een andere cultuur heerst ten aanzien van zelfstandige professionals (er zijn ook 10 maal meer ZP’ers) zijn er heel wat gelijkenissen. En vooral uitdagingen, want in Nederland is de wetgever heel actief om het statuut te regelen en aan te sturen. Of het zover zal komen, en of dit wenselijk is, hangt grotendeels van de Belgische ZP’er zelf af.

foto3Uit de vragen en de nababbel tijdens de receptie bleek vooral veel interesse om verder in te gaan op de rol van de zelfstandige professional binnen een economische omgeving die permanent in beweging is. Hierbij gaat het niet op de eerste plaats over het (wettelijk) statuut van de ZP’er, maar wel over zijn of haar daadwerkelijke impact en hoe de ZP’er dit op een duurzame manier vorm kan geven. Een boodschap waar we vanuit FEDIPRO zeker op verder zullen werken in 2017.

De integrale presentaties worden ter beschikking gesteld van de deelnemers en de betalende leden. Voor 120 eur/jaar word je full member. Verneem er hier alles over: https://fediprolab.wordpress.com/lid-worden/full-member/

Wat je zelf doet, doe je beter, of toch liever niet ?

Nederland kent sinds mei een nieuwe regeling voor freelancers en zelfstandige professionals. De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties bestaat eruit dat er met modelovereenkomsten gewerkt moet worden zodat er duidelijkheid is over de financiële afspraken en tegelijkertijd wordt hiermee elke vorm van schijnzelfstandigheid vermeden. Op het eerste zicht een mooie regeling, waar de overheid zelf niet in tussen hoeft te komen. Zij zorgt wel voor de goedkeuring van modelovereenkomsten, die overigens gratis ter beschikking gesteld worden.

Nochtans is er heel wat commotie bij de zp’ers in Nederland. Zo zijn er nog heel wat vragen rond het effectieve gebruik van de overeenkomsten. Ook de bevoegde staatssecretaris Wiebes geeft toe dat de impact van de Wet DBA groter is dan verwacht. Blijkbaar heeft men de complexiteit en diversiteit van de zp-markt onderschat. Wie er meer over wil vernemen kan terecht op de website zipconomy.nl.

In elk geval doet het vragen rijzen hoe we er in België verder mee om zullen gaan. Komt er een gelijkaardige regeling, zullen werkgevers- en/of werknemersorganisaties zich in het debat gooien, zullen de ‘bureaus’ stappen ondernemen? Maar vooral: wat zullen de zp’ers zelf doen? Wil je op de hoogte blijven, kom dan zeker naar het event van Fedipro op 27 oktober in Gent (Drongen). Gratis voor freelancers en zp’ers. Meer informatie op www.fedipro.be

Het niet- concurrentiebeding in de consultancyovereenkomst: advies door Sirius Legal

Een clausule in uw overeenkomst

Uw opdrachtgever zal in de overeenkomst die hij u voorlegt steevast een ‘niet-concurrentiebeding’ willen opnemen. Deze clausule houdt onder meer in dat u de klanten waarmee u tijdens de uitoefening van uw opdracht in aanraking bent gekomen, niet mag benaderen en toe-eigenen met de betrachting concurrentie uit te oefenen. Dit verbod kan zich voor een bepaalde periode uitstrekken en zowel tijdens de duur van de overeenkomst en/of na het einde van het contract van toepassing zijn.

De toepassing van het niet-concurrentiebeding voor zelfstandige consultants is wezenlijk te onderscheiden van de toepassing voor werknemers.

In de arbeidsovereenkomstenwet – die slechts betrekking heeft op de arbeidsovereenkomsten van  werklieden, bedienden, handelsvertegenwoordigers en dienstboden – wordt het niet-concurrentiebeding nauwkeurig omschreven, net als de noodzakelijke voorwaarden en de sanctie bij niet nakoming. Zowel de werkgever als de werknemer weten middels deze dwingende bepaling waaraan zij toe zijn en beschikken over weinig marge om hiervan af te wijken.

Overeenkomsten met consultants worden door deze wet niet geregeld zodat de bepalingen van de arbeidsovereenkomstenwet op hen niet van toepassing zijn.

Contractsvrijheid voor zelfstandige consultants

Aangezien geen enkele wettelijke bepaling een niet-concurrentiebeding regelt voor consultants en er dus op wettelijk vlak geen enkel gebod, verbod of voorwaarden aanwezig zijn, kunnen fzde opdrachtgever en de consultant hierover vrijelijk contracteren. Zij kunnen m.a.w. beslissen of zij al dan niet een niet-concurrentiebeding in de overeenkomst opnemen, wat de voorwaarden hiervan zijn, hoe de overtreding gesanctioneerd zal worden en dies meer. Partijen zullen zo nodig dienen te onderhandelen en een evenwicht zien te vinden.

Een aantal inhoudelijke componenten dienen evenwel aanwezig te zijn – naar analogie met de regeling in de arbeidsovereenkomstenwet.

Ten eerste betreft dit de vermelding van de aard van de niet toegelaten concurrentie. De uitgesloten activiteiten dienen te slaan op de activiteiten die in het kader van de overeenkomst werden uitgevoerd. Er zal steeds voor ogen dienen te worden gehouden of uw opdrachtgever al dan niet zijn cliënteel benaderd ziet ingevolge uw activiteiten. Een goede formulering in de overeenkomst is aangewezen.

Ten tweede dient de periode waarin het verbod speelt uitdrukkelijk worden opgenomen en dient dit beperkt te zijn in de tijd. Naar analogie kan verwezen worden naar de arbeidsovereenkomstenwet die een maximum termijn van 12 maanden voorziet, al is het perfect mogelijk een langere periode op te nemen. Een en ander zal afhankelijk zijn van de aard van de activiteiten, de duurtijd van de samenwerking e.d.

Ten derde zal de geografische uitgestrektheid dienen te worden bepaald in verhouding met de lokalisatie van de activiteiten die concurrentie kunnen inhouden. Het heeft immers geen zin dat uw opdrachtgever concurrentie verbiedt op plaatsen waar deze geheel niet actief is.

Toch niet onbeperkt

De contractsvrijheid impliceert niet dat uw opdrachtgever onbeperkt is in het opstellen van het beding.  Het niet-concurrentiebeding vormt eigenlijk een inperking op het principieel recht op vrijheid van concurrentie, handel en vestiging en dient dus restrictief te worden opgesteld en geïnterpreteerd.

Een niet-concurrentiebeding waarin bijvoorbeeld wordt opgenomen dat het beding een uitwerking zal krijgen over een onrealistisch lange tijd of geografisch niet relevante regio’s zal op uw verzoek door de rechtbank kunnen worden herleid tot aanvaardbare proporties. Een nietigverklaring van het beding hoort eveneens tot de mogelijkheden.

Wat ingeval van overtreding?

Indien u een niet-concurrentiebeding zou overtreden lijdt dit tot schade waarvan de omvang doorgaans moeilijk te ramen is. Om die reden wordt het beding vaak voorzien van een – in redelijkheid bepaalde -vaste schadevergoeding. Deze sanctiebepaling kan aangevuld worden met de vermelding dat de werkelijke schade, indien hoger, ook steeds kan worden gevorderd (die dan wel aangetoond moet worden). In geval van betwisting komt het de rechtbank toe het gevorderd bedrag te beoordelen en eventueel te matigen.

Samenvattend

Een niet-concurrentiebeding in een overeenkomst met een zelfstandige consultant is onderworpen aan de contractsvrijheid. Partijen kunnen in beginsel vrijelijk overeenkomen, al doen zij in hun beider belang er goed aan een evenwichtige clausule neer te schrijven m.i.v. een correcte materiële, temporele en geografische beperking. In negatief geval kan de rechtbank op uw verzoek het beding matigen of zelfs nietig verklaren.

Joep Van der Fraenen, Sirius Legal

Voor meer info kan u steeds vrijblijvend contact opnemen via joep@siriuslegal.be.

 

 

 

Nieuws uit het huis…

De eerste helft van 2016 stond in het teken van het verder verkennen van hoe we vanuit FEDIPRO invulling kunnen geven aan enerzijds individuele behoeften van ZP’ers, maar anderzijds ook oog blijven hebben voor het grotere verhaal van de zelfstandige flexwerkers. De vele rapporten en berichten in de (sociale) media wijzen op een toenemende interesse voor de ZP’er. We sommen graag enkele zaken op.

  1. FEDIPRO helpt heel actief mee aan een breed onderzoek van de SERV (Sociaal-economische raad Vlaanderen, waarin zowel werkgeversorganisaties als vakbonden zetelen) om het ‘freelance’-landschap in kaart te brengen. Of er gekeken zal worden naar een ‘derde’ statuut, of een aanpassing in richting van werkgever of werknemer is nog niet duidelijk. Ter informatie: in Nederland beschikken zowel de werkgevers als de vakbonden reeds over een vaste vertegenwoordiging voor de ZP’ers in de Nederlandse SER.
  2. Ook op federaal niveau wordt er verder gewerkt. Minister Borsus, bevoegd voor de zelfstandigen verklaarde onlangs nog : “We hebben nog veel werk voor de boeg om een gunstig kader te creëren om de Belgen er meer toe aan te zetten een loopbaan als zelfstandige te starten. Ik heb nog talrijke projecten op stapel staan, zoals bijvoorbeeld de invoering van een tweede pensioenpijler voor de zelfstandigen die actief zijn als natuurlijk persoon. Ik ben evenwel blij te zien dat het aantal zelfstandigen toeneemt. Het gunstige kader dat werd ingevoerd door de regering draagt daar ongetwijfeld ruimschoots toe bij.” (Persbericht, 16/6/2016)
  3. De Europese koepel EFIP, waarin FEDIPRO actief is, heeft kunnen bekomen dat er in het najaar een “Envoy” (bijzondere contactpersoon) komt voor de ‘self-employed professionals’ binnen de DG GROW van de Europese Commissie. Hiermee komt er een duidelijke erkenning van het ‘bijzondere’ statuut van de ZP’er. FEDIPRO neemt in oktober als Belgisch ‘liaison’ deel aan de Europese week van de freelancer die door EFIP wordt gecoördineerd.
  4. FEDIPRO probeert via verschillende formats (gratis infosessies, masterclasses,..) leden bijeen te brengen. Inmiddels bereiken we meer dan 1200 ZP’ers via onze kanalen. Zo was er een succesvolle ‘lokale’ meetup in het Meetjesland waaruit nu verder gewerkt wordt aan een ‘lokaal lerend netwerk’ met ZP’ers van diverse disciplines. In juni werd een masterclass georganiseerd vanuit FEDIPRO voor de zelfstandige milieuprofessionals (ism de beroepsvereniging VMx). Tijdens een open bestuursvergadering in Gent werd nogmaals bevestigd dat het belangrijk is om ZP’ers van hun eiland af te halen om als professionals met mekaar in contact te blijven, maar ook om een duidelijke stem te bouwen voor de doelgroep, nl. consultants, interim-managers, trainers, coaches en andere kenniswerkers.

Vandaar tot slot, een warme, zomers oproep om te overwegen om ‘full-member’ te worden, zodat we in het najaar ons werk met eventueel enthousiasme kunnen verder zetten.

Waarom wordt men al dan niet zelfstandig?

Allerhande studies tonen aan dat er steeds meer mensen zijn die kiezen voor een zelfstandig statuut, vaak als freelancer. Redenen hiervoor zijn voornamelijk meer vrijheid in allerhande aspecten van de job, maar wordt men ook ook noodgedwongen zelfstandig. Economiefilosoof Rogier De Langhe gaf trouwens onlangs aan dat mits een verbetering van het sociaal statuut van de zelfstandige nog veel meer mensen ervoor zouden kiezen om zelfstandig te worden.

Vrijheid=blijheid voor freelancers

Een studie door Randstad Professionals wees recent uit dat het aandeel freelancers aan het groeien is. Er zouden volgens de recentste cijfers (van het RSVZ) 1.006.519 zelfstandigen zijn in België. Daarvan schat Unizo dat er 132.000 freelancers zijn (zij definiëren freelancers als zelfstandigen zonder personeel die hoofdzakelijk in een business-to-businesscontext diensten verlenen op basis van tijdelijke contracten, opdrachten of projecten.)

Het aantal freelancers neemt jaarlijks toe. Van die 132.000 freelancers zouden er ruim 52.000 consultant zijn. Directeur Randstad Professionals Isabelle Callebaut zegt dat er de laatste vijf jaar een verdubbeling van het aantal freelancers gekomen is. Uit onderzoek van Randstad blijkt dat één van de belangrijkste drijfveren om als freelancer aan de slag te gaan de vrijheid van het statuut blijft. Ze hebben vrijheid op zeer veel vlakken: het al dan niet aannemen van een opdracht, het bepalen van hun tarief, kiezen van klanten, bepalen van werktijden en vakanties … Bedrijven kiezen bovendien steeds vaker om freelancers in te zetten omwille van hun flexibiliteit.

Benieuwd naar de 5 redenen waarmee Randstad mensen aanspoort om freelancer te worden? Lees hier het volledige artikel.

Ook vaak noodgedwongen zelfstandig

Hoewel heel veel mensen dus kiezen voor meer vrijheid door zelfstandig te worden, wijst een Nederlands onderzoek door ZZP enquête uit dat ongeveer 25% van de respondenten onder andere uit nood gestart is als zelfstandige, bijvoorbeeld door ontslag bij een werkgever. In het onderzoek worden als ‘noodgedwongen’ redenen volgende aangehaald: bezuinigingen op het werk, hogere leeftijd, faillissement, ontslag, weinig kansen op de arbeidsmarkt …

Andere redenen die vooral aangegeven worden om zelfstandig te worden zijn uiteraard: vrijheid (70%), uitdaging (36%), graag eigen baas willen zijn (41%).

Meer weten over deze enquête.

Werken aan statuut van zelfstandige, eerder dan aan het werknemersstatuut

Eind juni 2016 beschreef Rogier De Langhe, economiefilosoof aan de UGent, nog hoe uit een studie blijkt dat één op de drie werknemers zijn werk niet zinvol vindt. Zelfstandigen scoren daarin een stuk beter. Bonden vinden het de verantwoordelijkheid van overheid en werkgevers om te zorgen voor ‘werkbaar werk’. Ze willen de werknemers en arbeiders de lusten van een zelfstandige leven geven, zonder de lasten. Maar beter is het misschien om na te gaan hoe de sociale positie van zelfstandigen in onze maatschappij kan verbeteren.

Waarom worden mensen die autonomie, verantwoordelijkheid en eigenaarschap willen niet gewoon zelfstandig? Dat is hier wellicht een veel pertinentere vraag. Het statuut van zelfstandige is blijkbaar zo precair dat mensen nog liever opgesloten zitten in een gouden kooitje dan voor zichzelf te beginnen. Lees hier het volledige opiniestuk van Rogier De Langhe.

 

 

Consultants factureren 15% declarabele uren niet aan klant

Inefficiënte urenregistratie kost consultants heel wat per jaar. Een studie door startup TIQ en London Business School wees uit dat er zo gemiddeld tot 44.000€ per consultant per jaar verloren gaat. 15% van de declarabele adviesuren clockvoor klanten wordt door consultants niet in rekening gebracht.

Uren bijhouden en registeren is niet een van de favoriete taken van consultants, inefficiënte processen of gebruiksonvriendelijke IT-systemen bemoeilijken dit vaak ook nog eens. Vaak wordt het registreren van uren uitgesteld tot het allerlaatste moment, waardoor dit niet accuraat gebeurt. Vertrouwen op geheugen, aantekeningen of mails om declareerbare uren van de afgelopen dagen, weken of zelfs maanden in kaart te brengen is riskant.

22% werkt slechts maandelijks aan urenadministratie
Het onderzoek over time tracking gedrag binnen zakelijke dienstverlening toont aan dat “slechts” 20% van de ondervraagde professionals meerdere keren per dag zijn activiteiten en uren noteert. 18% doet dit eenmaal per dag, terwijl  40% zijn tijdsbesteding een of twee keer per week in kaart brengt. De overige 22% geeft aan slechts een of twee keer per maand zijn urenadministratie bij te werken. Voor management consultants is een groot deel van hun uren declarabel (gemiddeld besteden zij 75% van hun werkweek aan adviesopdrachten voor klanten). Ze werken gemiddeld voor 2,4 klanten per week.

Uren ‘lekkage’
In het onderzoek spreekt men ook over ‘gelekte’ uren, een bekend fenomeen in de zakelijke dienstverlening. 22% van de respondenten geeft aan minder dan 70% van zijn of haar declarabele uren te schrijven, wat impliceert dat ruim 30% van de uren niet wordt geregistreerd. Rond 38% van de professionals registreert tussen de 70% en 90% van zijn uren, en 40% registreert tussen de 90% en 100% van zijn of haar factureerbare tijd in IT systemen.

Elektronische communicatie: gratis?
De taken waar ‘urenlekkage’ optreedt variëren, maar drie activiteiten staan duidelijk bovenaan het lijstje:

  • E-mails lezen en beantwoorden: 58% van de adviseurs geeft aan minder dan 20% van deze tijd te registreren.
  • Telefoongesprekken: 50% van de professionals registreert minder van 20% van deze tijd.
  • Meetings met klanten : 38% geeft aan minder dan 20% van de hieraan bestede tijd te schrijven.

Volgens de onderzoekers laten deze resultaten zien hoe “normaal” het is geworden voor zakelijke dienstverleners om (elektronische) communicatie te zien als een ‘standaard’, of zelfs gratis, onderdeel van hun werk voor klanten.

Gemiddeld 4,32 uur/week gelekte uren
Consultants registreren gemiddeld 85% van hun uren aan adviesopdachten. De kosten van de 15%  ‘gelekte uren’ kunnen enorm oplopen, stellen de auteurs. Een management consultant met een werkweek van veertig uur ‘lekt’ bijvoorbeeld gemiddeld 4,32 uur per week. Met een gemiddeld uurtarief van €212, kost dit gemiddeld €915 per adviseur per week aan misgelopen omzet. Over een periode van 48 weken, de gehanteerde benchmark, komt dit neer op een jaarlijks verlies van €44.000 per consultant.

De volledige studie door TIQ en London Business School kan u hier inkijken.

 

FEDIPRO gaat lokaal om professionals nog sterker te binden

FEDIPRO (Federation of Independent Professionals) werkt aan de meest optimale sociaal-economische en professionele omkadering van Zelfstandige Professionals, nl. zelfstandige interim managers, consultants, adviseurs, trainers, coaches en andere dienstverleners. Onder het motto ‘Vrijheid in verbondenheid’ helpt FEDIPRO hen samen te brengen om kennis en ervaring uit te wisselen, maar ook om nieuwe business opportuniteiten te verkennen.

Met een lokaal FEDIPRO event vermijden we tijdverlies voor verplaatsingen en vergroten we de kans om achteraf mekaar terug op te zoeken. We benutten optimaal de kracht van toevallige ontmoetingen: professionals met verschillende achtergronden hebben mekaar vaak meer te bieden dan ze eerst gedacht hebben. Waarom een partner voor een project zoeken aan de andere kant van het land als die ook in uw buurt woont. Bovendien kunnen professionals op die manier ook sterker de lokale markt bespelen.

Hierdoor krijgt de Zelfstandige Professional ondersteuning vanuit een lokaal netwerk van collega-ZP’ers. Terwijl de autonomie en de vrijheid van de zelfstandige professional gevrijwaard blijven, wordt gezocht naar een collectieve win-win situatie. Er wordt daarbij gezocht naar toegevoegde waarde op verschillende niveaus: informatie- en ervaringsuitwisseling, klantenwerving, marketing, beter opdrachtgeverschap, kennismanagement, praktische ondersteuning, enz.

De ‘kick-off’ bestaat uit een korte inspiratiesessie over de uitdagingen voor de zelfstandige kenniswerker in combinatie met een uitgebreid netwerkmoment voor de deelnemers. Bedoeling is om vervolgens een ‘lerend netwerk’ op te richten en periodiek, bijvoorbeeld per kwartaal, samen te komen in een informele setting. Afhankelijk van de interesses en vragen vanuit de groep worden externe sprekers uitgenodigd. Bedrijfsbezoeken of andere groepsactiviteiten zijn eveneens mogelijk. FEDIPRO faciliteert niet enkel de groep, maar biedt ook inhoudelijke ondersteuning (bv. via de kennispartners).

bannerke_1406

Vier sterk verschillende groepen zelfstandigen

Het KIZO, Kennis Instituut Zelfstandig Ondernemerschap, bracht gisteren het rapport ‘De ZZP vloot in transformationele arbeidsmarkt’ uit. Het rapport komt er na drie jaren onderzoek naar en met de ZZP populatie in Nederland en Europa.

Uit het onderzoek blijkt dat de zelfstandigen onder te verdelen zijn in vier verschillende groepen.

Groep 1: de ondernemers (20%)

De groep die claimt zichzelf te kunnen redden en duurzaam werk kan organiseren.

Groep 2: de opdrachtnemers (35%)

De groep die zichzelf goed kan redden,  maar wel om ondersteuning vraagt en dit vindt in groepen van gelijkgestemden.

Groep 3: afhankelijk van het collectief stelstel (35%)

De groep die minder draagkrachtig is en in zekere mate afhankelijk is van ondersteuning om te kunnen investeren in opleiding en duurzame toekomst.

Groep 4: in de bijstand (7,2%)

De groep die afhankelijk is van de maatschappelijke ondersteuning.

Hoe het voor deze vier groepen gesteld is qua inkomens- en werkzekerheid, individuele of collectieve voorzieningen, infrastructuur en ondersteuning, opleiding, motivatie en drijfveren … leest u ook in het volledige rapport van KIZO.